Ibn Al-Nafis PDF Afdrukken E-mail

 Ala-al-Din Abu al-Hasan Ali Ibn Abi al-Hazm al-Qarshi al-Dimashqi (Ibn Al-Nafis / 1213-1288)

Ibn Al-Nafis werd in 1213 in Damascus geboren. Ibn Al-Nafis bestudeerde naast de Geneeskunde ook andere vakgebieden zoals literatuur, theologie en jurisprudentie/rechten. Vooral door zich erg in de Islamitische jurisprudentie te verdiepen en te bestuderen werd hij zowel een erkende geleerde van de Shafi'i rechtschool als een uitstekende arts.

In 1236 ging Ibn Al-Nafis nar Egypte en werkte daar in het Al-Nasri ziekenhuis en vervolgens in het Al-Mansoeri ziekenhuis, waar hij als hoofd van de medische staf werkzaam was en de persoonlijke arts van de Sultan werd. Toen hij in 1288 stierf.

Het omvangrijkste van zijn boeken is het boek: �Al-Shamil fi Al-Tibb�. Dit was een encyclopedie die 300 volumia zou omvatten, die helaas niet gecompleteerd werd door zijn overlijden. Het manuscript van dit boek is te bezichtigen in Damascus. Een groot gedeelte van de kennis in zijn boek over de oogheelkunde/ophthalmolgie is grotendeels door hem ontdekt.

Het meest bekende boek van Ibn Al-Nafis is: 'Mujaz Al-Qanun' (De Samenvatting van Wet) en zijn review over ditzelfde onderwerp. Zijn reviews gingen boeken van Hippocrates, Hunayn Ibn Ishak en verscheidene delen van �Al Qanun fie al-tibb� (Canon Medicinae) van Avicenna/Ibn Sina.

Een ander bekend boek van Ibn Al-Nafis over de effecten van voeding/dieet op de gezondheid is: Al Kitab al-Mukhtar fi al-Aghdhiya.

De beginpagina van een van de medische werken van Ibn Al-Nafis. Dit is vermoedelijk een kopie die tijdens de 17de of 18de eeuw in Indi� gemaakt is.

De Islamitische ontdekking van de pulmonale circulatie

Zijn grootste bijdrage aan de Geneeskunde was zijn ontdekking van de pulmonale circulatie (de �kleine� bloedsomloop), die pas drie eeuwen later werd herontdekt door de moderne wetenschap. Hij was de eerste arts, die de anatomie van de longen nauwkeurig beschreef. Hij gaf een beschrijving van de bronchi (longtakken) en de de opname van zuurstof en afgifte van koolstofdioxide in het bloed. Hij beschreef ook de functie van de coronaire arteri�n (hartslagaders) als leveranciers van het bloed naar de hartspier.

 

De pulmonale circulatie van Ibn Al-Nafis

De ontdekking van de pulmonale circulatie is een erg interessant en veel besproken onderwerp. Er werd aanvankelijk aangenomen dat deze ontdekking in Europa had plaatsgevonden in de zestiende eeuw door Servetus, Vesalius, Colombo en ten slotte Harvey. Maar na de ontdekking van oude manuscripten blijkt dat het echte krediet voor de ontdekking van de pulmonale circulatie toebehoort aan een uitstekende arts van de dertiende eeuw: Ibn Al-Nafis.

 

In 1924 ontdekte een Egyptische arts, Dr. Muhyo Al-Deen Altawi, een manuscript met de titel: �Sharhul Tashreeh al-Qanun" ("Commentaar op de Anatomie van Canon van Avicenna") in de Pruise staatsbibliotheek in Berlijn. Dit manuscript wordt als een van de beste wetenschappelijke boeken beschouwd waarin Ibn Al-Nafis gedetailleerd de anatomie, fysiologie en pathologie van de mens beschrijft. Deze ontdekking openbaarde een belangrijk wetenschappelijk feit, wat steeds werd genegeerd: de eerste beschrijving van de pulmonale circulatie.

De theorie die werd geaccepteerd v��r Ibn Al-Nafis is die van Galenus in de tweede eeuw. Galenus beschreef dat het bloed de rechterzijde van het hart bereikte door onzichtbare pori�n in het hartseptum (wand tussen het rechter en linkerhart) naar het linkerhart ging, waar het met lucht vermengde en zich vervolgens over de rest van het lichaam verspreidde. Volgens de overzichten van Galenus was het veneuze (ader) systeem gescheiden van het arteri�le (slagader) systeem, behalve wanneer zij contact met elkaar kwamen via de onzichtbare pori�n in het hartseptum.

In zijn boek: �Sharhul Tashreeh al-Qanun" ("Commentaar op de Anatomie van Canon van Avicenna") verklaarde Ibn Al-Nafis met zijn kennis in anatomie en wetenschappelijk denken dat:

...�Het bloed van de rechterkamer van het hart moet aankomen in de linkerkamer, maar er is geen rechtstreekse verbinding tussen hen. Het dikke septum van het hart is niet doorlaatbaar en heeft geen zichtbare pori�n zoals sommigen dachten of onzichtbare pori�n zoals Galenus dacht. Het bloed van de rechterkamer moet door de vena arteriosa (long- slagader) naar de longen gaan, waar het aldaar vermengd wordt met lucht en vervolgens door de arteria venosa (longader) gaat om de linkerkamer van het hart te bereiken en daar de vitale geest te vormen (red. vitale geest: het zuurstofrijke bloed verspreidt zich dan over het lichaam).�

Elders in zijn boek zei hij:

"Het hart heeft maar twee kamers  ...en tussen deze twee kamers is absoluut geen opening. Ook spreekt dissectie (van het hart) diegenen tegen die zeiden dat er een opening was, want het septum tussen deze twee kamers is veel dikker is dan elders (in het hart). Het doel van dit bloed (in de rechterkamer) is te gaan naar de longen, te mengen met de lucht dat zich in de longen bevind, gaat dan door de arteria venosa (longader) naar de linkerhartkamer�.�

Bij de beschrijving van de longen, verklaarde Ibn Al-Nafis:

"De longen bestaan uit de volgende onderdelen: De eerste zijn de bronchi, de tweede de takken van de arteria venosa (longader) en de derde zijn de takken van de vena arteriosa (longslagader), allen met elkaar verbonden middels losse poreuze vlees".

Hij voegde dan toe:

"... De rol van de vena arteriosa voor de longen is het transporteren van het bloed, hetgeen is verdund en verwarmd in het hart, zodat datgene sijpelt door de pori�n van dit bloedvat in de alveoli van de longen met de lucht in de alveoli. Het bloedmengsel zorgt voor een �vitale geest� (verspreiding door het lichaam) na menging in de linkerhartkamer. Het mengsel wordt door de arteria venosa naar de linkerhartkamer getransporteerd�.

Nog een belangrijke bijdrage van Ibn Al-Nafis die zelden genoemd is, is zijn postulering dat de voeding van het hart via kleine bloedvaten (kransslagaders/coronaire arteri�n) wordt onttrokken die als een krans om het hart zijn gewonden. Hij zei:

"... Opnieuw van zijn ( die van Avicenna) verklaring dat het bloed dat zich in de rechterzijde van het hart bevindt en het hart zou voeden, klopt totaal niet. Het hart wordt gevoed door de kleine bloedvaten die het lichaam van het hart doordringen. ..�

Ibn Al-Nafis was dus de eerste arts die het concept van de coronaire circulatie beschreef.  

Europa�s late ontwakening

Deze belangrijke waarnemingen waren onbekend in Europa. Pas na 300 jaar vertaalde Andrea Alpago van Belluno een gedeelte van het werk van Ibn Nafis naar het Latijn in 1547. Weer later in 1553 schreef Michael Servetus de pulmonale circulatie in zijn theologisch boek: "Christianismi Restitutio". Hij schreef:

..�lucht vermengde en werd getransporteerd van de longen naar het hart via de arteri�le ader; daarom, vindt de menging in de longen plaats. De heldere kleur van het bloed wordt gegeven door de longen, niet door het hart�.

Het is benoemenswaardig om te vermelden dat de Christelijke kerk Servetus van ketterij beschuldigde, omdat hij zich hiermee tegen de leerstellingen van Galenus keerde. Hij werd samen met zijn boek op de brandstapel gezet en levend verbrand.


Michael Servetus

Andreas Vesalius beschreef de pulmonale circulatie in zijn boek "De Fabrica", op een wijze die gelijkaardig was naar de beschrijving die Ibn Nafis had gedaan in zijn werk.

Opmerkelijk is dat in de eerste uitgave van het boek (1543), Vesalius akkoord ging met Galenus dat het bloed "... overvloedig door het hartseptum van de rechterkamer naar de linkerkamer ging...� Maar in de in de tweede uitgave (1555) liet hij de bovenstaande verklaring helemaal weg en schreef daarvoor in de plaats: ...� ik zie nog steeds niet hoe zelfs de kleinste hoeveelheid van bloed door de substantie van het hartseptum van de rechterkamer naar de linkerkamer getransfundeerd kan ..� Een andere gelijkaardige beschrijving werd in 1559 gegeven door Realdus Colombo in zijn boek: "De re Anatomica".


Andreas Vesalius


Realdus Colombo


Galenus

Vervolgens was het William Harvey die in 1628 door directe anatomische observatie bij dieren in zijn laboratorium constateerde dat de beweging van bloed van de rechterhartkamer naar de longen ging en merkte op dat het bloed terugkeerde naar de linkerhartkamer via de de longader. Hij verklaarde nogmaals dat geen pori�n interventriculair hartseptum kon vinden. Hij schreef in zijn monografie, "Exercitatio anatomica de motu cordis en sanguinis in animalibus":


William Harvey

"Ik begon te denken dat er een soort van beweging was als in een cirkel. Ik nam waar, dat het bloed werd weggepompt door de contractie van de linkerkamer en het bloed verspreidde zich door de slagaders naar het hele lichaam en kwam terug door de aders via de vena cava en dan terugkeerde in de rechterboezem, precies zoals het naar de longen door de long slagader van de rechterkamer en teruggekeerde van de longen door de longader naar de linkerkamer, zoals vroeger beschreven werd�.

Maar hij begreep niet de de fysiologie van de pulmonale circulatie (uitwisseling van koolstofdioxide en vervanging met zuurstof). Deze fysiologie werd door Antoine-Laurent Lavoisier in de 18de eeuw toegelicht.


Antoine-Laurent Lavoisier

Overzichten van een aantal moderne historici

Het zou nuttig kunnen zijn om de overzichten van enkele moderne historici te vermelden die de werken van Ibn Al-Nafis gereviewed hebben.

Aldo Mieli zei (1938):

"Wij vinden dat voortaan het rechtvaardig is om de ontdekking van de pulmonale circulatie aan Ibn Al-Nafis toe te schrijven want hij was de eerste arts die de omloop ontdekt heeft, waarna vier eeuwen later William Harvey het geheel van de pulmonale circulatie definitief beschreef op een nauwkeurige en heldere wijze".

Max Meyrholf, een voorname geleerde van Arabisch historische geneeskunde, verklaarde:

"... Wij hebben gezien dat Ibn Al-Nafis, drie eeuwen voor Colombo, al zichtbare doorgangen tussen de twee soorten longvaten had opgemerkt".

In het William Osler Medaille Essay op de ontdekking van de pulmonale circulatie zei Edward Coppola:

�..de theorie van de pulmonale circulatie uitgezet door Ibn Al-Nafis in de 13de eeuw is niet vergeten en het feit dat eeuwen na zijn dood de anatomische onderzoeken van Colombo en Vesalius heeft be�nvloed, die het uiteindelijk aan de Westerse wereld hebben geopenbaard als een fysiologisch feit dat ontvankelijk was voor experimenteel bewijs".

Bronnen

1- Qatayyah, S. The Arabic Physician Ibn Nafis (in Arabic). 1st Ed. Beirut: Arabic Corporation for Studies and Publication, 1984:37-43.
2- Keys, T.E. & Wakim, K.G. Contributions of the Arabs to Medicine. Proceedings of the staff meet. Mayo Clinic 1953; 28:423-37.
3- Gordon, E.J. William Harvey and the Circulation of the Blood. South Med J 1991; 84:1439-44.
4- Haddad, S.E. & Khairallah A.A. A Forgotten Chapter in the Circulation of the Blood. Ann Surg 1936; 104:1-8.
5- Coppola, E.D. The Discovery of the Pulmonary Circulation: A New Approach. Bull Hist Med 1957; 31:44-77.
6- Mettler, C.C. History of Medicine. Philadelphia, PA, USA. The Blakiston Co, 1947:40-59 and 113-128.
7- Aldo Mieli, De wetenschap van La arabe, Leiden, 1938, pp. 8, 16. Nasr, Wetenschap en Beschaving in Islam.
8- Al-Dabbagh, S.A. Ibn Al-Nafis and the Pulmonary Circulation. Lancet 1978; 1:1148.
9- Meyerhof, M. Ibn Al-Nafis and His Theory of the Lesser Circulation. Isis 1935; 23:100-20.
10- Ayman O. Soubani, MD; Faroque A. Khan, MB . The Discovery of the Pulmonary Circulation. A.S.M. 1995; 15:185-186
11- Islamic Medicine online by Dr. Sharif Kaf Al-Ghazal (http://www.islamicmedicine.org).

 

Seminar 13-01-10

Activiteiten

Etentje met Moslimarts
Etentje juni 2009

Etentje december 2008


Moslimarts.nl bij NIO

Moslimarts.nl op Netwerksites

Stichting Moslimarts.nl, Postadres: postbus 2121, 3700 CC Zeist | info@moslimarts.nl | bankrekeningnr.1030.17.909 | KvK. 30237283. Alle rechten voorbehouden (C) 2007-2010

Essamri WebDesign